De verliefde asperge

Ik lag met jou in hetzelfde bed
We sliepen wel rechtop
Jij stak er net wat bovenuit
Vandaar jou blauwe kop

Ik was stapel op jouw lange lijf
Dat mag je nu best weten
Ik vond jou echt een reuze wijf
Gewoon om op te vreten

Laatst droomde ik de hele nacht
Aan een stuk door van jou
Jij werd mijn bruid mooi wit
Omdat ik van sleepasperges hou

Plots werd mijn droom bruut verstoord
Ik bloedde aan mijn kuiten
Wij werden allebei vermoord
Door zo’n hovenier van buiten

Wij werden in een kist gelegd
En spoedig daarna gewassen
Mijn rug was krom de jouwe recht
Jij was dus eerste klasse

Wat wreed toch van zo’n hovenier
Ons zo uiteen te rukken
Ik heb jou daarna nooit meer gezien
Want ik lag bij de stukken

Weet je wat ik het gekke vind
Het is eigenlijk heel stom
Terwijl ons leven in de grond begint
Is dat bij de mens net andersom

Paul Asselbergs

Ik zie het steeds meer zwart wit !!

Als ik tegenwoordig de aspergevelden bekijk
En die liggen toch op de meest allermooiste plekskes, in ons Brabantse land
Dan denk ik vaak “wat is er toch aan de hand?”
Zie ik nou alles zo zwart of alles wit of zelfs zwart/wit: maar geen zand.

Het is meer een soort modern kunstwerk geworden, in het zwart of in het wit of in het zwart/wit.
Maar mensen wees niet bang,
dit duurt maar 3 maanden lang,
Dan gaat de aspergeplant tot aan de loofverbranding gewoon weer zijn gang.

Als ik op een mooie zomerdag op mijn fietske al die aspergebedden in die prachtige natuur,
Mede ontstaan door onze Brabantse asperge-cultuur, heb genoten en alles goed bekeken.
Dan heb ik natuurlijk weer trek, om op zo’n zon-overgoten dag weer die vers gestoken Brabantse asperges te gaan eten.

Kom ik dan bij één van die aspergetelers aan, Annie zou zingen moe maar voldaan.
Dan zie ik heel veel mensen d’n ene in het zwart, d’n andere in het wit, en nog eens ’n stuk of zes hockey-dames in het zwart/wit komen en gaan.

Ha daar komen ook de stekers van het land, ja daar zitten ook nog landgenoten tussen, maar ook zwarte mensen steken witte asperges en die kopen weer zwarte auto’s in het wit, of witte in het zwart, maar het blijft dus toch weer zwart/wit.

Met kisten vol nog zwarte asperges in d’r zwarte hand, eerst efkes spoelen op d’n lopende band en dan zijn ze weer wit.
Het is maar de ge ‘t …….. het gaat snel van zwart naar wit.

’n Paar kilo asperges, we kriel, goei botter en ham,
’n goei fles wijn om mee naar huis te nemen.
Thuis die witte asperges in unne grote zwarte pan, dé wordt genieten als het effe kan.
In onze zwart/witte stoelen, heerlijk buiten bij de ondergaande zon,
Met een goei glas witte wijn in een mooi zwart/wit glas,
Dan denk ik, ik wou dé het altijd asperge-seizoen was.

Oja, eerst nog efkes betalen, maar ik ben nog lang niet aan de beurt,
Allemaal mensen voor me, met die grote flappen, ik kan het bijna niet behappen.
Is dit nou allemaal zwart of wit.
Of de ene helft zwart en het andere wit, dus toch weer zwart/wit.

Och, maar na het seizoen koopt de aspergemoeder wa witte en wa zwarte schoenen en nog wa zwarte en witte japunnekes. En pa een nieuw zwart pak met een skon wit overhemd en unne zwarte das. En du jong unne zwarte brommer, met unne witte helm en zo is het zwarte toch weer wit, maar het blijft wel zwart/wit.

Maar aan wie hebben wij al dit moois nou allemaal te danken?
Dat zal ik U eens vertellen. Aan onze Koningin JA: vooral die kleine Koningin het zwarte goud. ’t Is maar de ge’t wit.

Dank U, Dank U, Dank U, Dank U Wel.


Jacques …  een BAG fondateur